Berbice

Fort nassau
Fort Nassau

Grote opstand In 1763 kwamen honderden slaafgemaakten in opstand tegen de planters en het gezag van de WIC. Onder leiding van Coffij van Lelienburg werden ongeveer 40 planters gedood en de rest verjaagd naar de benedenstroom van de Berbice. Coffij en zijn mannen, meest afkomstig uit Ghana (ook wel Kromanties genoemd), hadden het plan bedacht om zelf suiker te gaan verbouwen op de plantages aan de bovenstroom. En tamelijk bizar: de slaafgemaakten uit andere delen van Afrika moesten onder  hun leiding op die plantages gaan werken. Die hadden daar niet veel zin in en verstopten zich in de bossen of sloten zich aan bij de overgebleven planters benedenstrooms. Er ontstond ruzie onder de opstandelingen die leidde tot een collectieve zelfmoord van Coffij en zijn familie, iets wat in de Afrikaanse traditie wel vaker is voorgekomen. Zijn opvolger Atta wist nog maanden stand te houden. Uiteindelijk konden verse Hollandse troepen de rebellen overmeesteren. met hulp van inheemse en Afrikaanse strijders en werden de leiders op gruwelijke wijze ter dood gebracht.

Ingenomen door de Engelsen Na de slavenopstand van 1763 had de kolonie het moeilijk. De opstand had grote invloed op alle slavenkoloniēn in het Caribisch gebied. Planters en bestuurders waren voortdurend bang dat hun slaafge  maakten ook in opstand zouden komen. Dit leidde tot enige verbeteringen in de behandeling van slaafgemaakten. Dichter bij de monding werd een nieuw bestuurscentrum opgericht, Nieuw-Amsterdam, en een nieuw fort gebouwd. In 1796 werd Berbice en de buurkolonieēn Essequibo en Demerara door de Engelsen veroverd. Er waren al veel Engelse planters in de kolonie en die waren niet erg tevreden over de WIC. Zij wisten in het begin van de 19-de eeuw Berbice en Essequibo uit te bouwen tot één van de meest winstgevende kolonies van Groot-Brittanië.

In de 20-e eeuw werd het gebied onafhankelijk, het heet sindsdien Guyana.